Apedia

Praat  Praten  Present Praten Tense Ik Jij Hij

Front praten (present tense)
---------
ik praat 
jij praat 
hij praat 
wij praten 
jullie praten 
zij praten 
Back [talk (present tense)]

Tags: verb

Learn with these flashcards. Click next, previous, or up to navigate to more flashcards for this subject.

Next card: Aan an to

Previous card: Bij bei ik werk daf

Up to card list: Dutch - entry level